Bevoegdheden NMa
De NMa kan naar aanleiding van een klacht/tip/signaal/besluitaanvraag, maar ook op eigen initiatief een onderzoek instellen naar vermoedens van overtredingen van de Mededingingswet. Bij dit onderzoek wordt informatie verzameld door bijvoorbeeld de analyse van de markt, vragen aan betrokkenen en andere marktdeelnemers. De NMa is ook bevoegd om bedrijven te bezoeken en medewerkers van bedrijven vragen te stellen. Zie ook de brochure "Bevoegdheden van de NMa".
Van de bevindingen van het onderzoek wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport wordt aan de overtreders verstrekt, waarna zij de gelegenheid hebben op een hoorzitting hun argumenten in te brengen. Op basis van de bevindingen uit het rapport en de hoorzitting stelt de NMa een besluit vast. Dit besluit kan een sanctie, bijvoorbeeld een boete, bevatten.
Om een sanctie op te kunnen leggen moet de NMa bewijzen dat de Mededingingswet is overtreden. Daarbij moeten de betrokken ondernemingen de kans krijgen zich tegen de beschuldigingen van de NMa te verweren.
Het verzamelen van bewijs door de NMa
Hoewel tipgevers of klagers zelf vaak snel het vermoeden hebben dat er sprake is van ‘oneerlijke handelspraktijken’ door ondernemingen, blijken in de praktijk de gedragingen van de ondernemingen en de gevolgen voor de mededinging erg ingewikkeld te onderzoeken en/of te bewijzen. Zo kan bijvoorbeeld een constatering dat er door een onderneming met een economische machtspositie hoge prijzen worden gerekend niet genoeg zijn om haar ook voor een overtreding van de Mededingingswet te veroordelen. De NMa zal dan bijvoorbeeld moeten bewijzen dat er sprake is van een excessieve prijs.
Bewijs vergaren doet de NMa bijvoorbeeld door marktstudies te doen, onaangekondigde bedrijfsbezoeken af te leggen, administratie van ondernemingen te onderzoeken en medewerkers en marktpartijen te ondervragen.
De rechten van de betrokken ondernemingen
De ondernemingen waartegen onderzoeken lopen hebben rechtenom zich te verdedigen.
Hoewel ondernemingen moeten meewerken aan onderzoeken van de NMa, hoeven medewerkers van de onderneming niet aan hun eigen veroordeling mee te werken (artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht en artikel 53 Mededingingswet). Ondernemingen hebben ook het recht om in de procedure hun zienswijze naar vorgen te brengen, zodat zij zich tegen de aantijgingen kunnen verdedigen (artikel 5:50 derde lid, in samenhang met artikel 5:53, eerste en tweede lid, van de Awb). Om zich voor te bereiden op de hoorzittingen mogen de overtreders de dossiersdie de NMa tegen hen heeft aangelegd inzien. De NMa dient op haar beurt een besluit te motiveren en rekening te houden met de andere beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel). Indien de NMa in een besluit tot het oordeel komt dat een onderneming de Mededingingswet heeft overtreden, kunnen de betrokken ondernemingen bezwaar bij de NMa maken en daarna eventueel (hoger) beroep instellen bij de rechter.