Redelijke prijs
De oorspronkelijke Warmtewet
In deze versie van de Warmtewet bevatten artikel 5, lid 1 en artikel 2, lid 3 beide een regeling op grond waarvan een leverancier een redelijke prijs in rekening moest brengen aan de verbruikers. Die prijs was gebaseerd op de aan de levering van warmte redelijkerwijs toe te rekenen kosten. De NMa zou hierop toezicht houden en beleidsregels voor de vergunninghouder vaststellen voor de elementen en de wijze van berekening van die redelijke prijs.
Consultatie
Ter voorbereiding op het opstellen van deze beleidsregels heeft de Energiekamer vertegenwoordigers van warmteleveranciers en verbruikers uitgenodigd om deel te nemen in een klankbordgroep ten voorbereiding. Op 23 september 2009 heeft de NMa het consultatiedocument en de bijbehorende conceptbeleidsregel ‘NMa redelijke prijs Warmtewet’ ter consultatie openbaar gemaakt. In de periode voor de zienswijze werden belanghebbenden uitgenodigd om mondeling of schriftelijk te reageren op de conceptbeleidsregel en het consultatiedocument. De mondelinge zienswijzen zijn uitgebracht tijdens hoorzittingen en de schriftelijke zienswijzen konden tot 31 december 2009 worden ingeleverd.
De NMa heeft veel zienswijzen ontvangen, ingediend door veel verschillende partijen, zoals individuele verbruikers, warmteleveranciers, woningcorporaties, adviesbureaus, producenten en gemeenten. In totaal zijn 7 mondelinge en 41 schriftelijke reacties ontvangen en openbaar gemaakt.
De gewijzigde Warmtewet
Er is besloten de wet op enkele punten aan te passen. Het gevolg is dat alleen de maximumprijs het uitgangspunt van de tariefregulering wordt. De redelijke prijs zal komen te vervallen. Daarmee is ook de noodzaak voor het opstellen van een beleidsregel voor de invulling van de redelijke prijs komen te vervallen. Dit betekent dat de zienswijzen die de NMa heeft ontvangen op de beleidsregel redelijke prijs niet meer behandeld kunnen worden. De ingeleverde zienswijzen zijn daarom ook van de website verwijderd.