Europese groepsvrijstellingen

Naast de verdragsbepalingen zijn ook de Europese groepsvrijstellingen van belang. De Europese Commissie heeft, net als de Nederlandse overheid, de bevoegdheid om groepsvrijstellingen vast te stellen. Een groepsvrijstelling beoogt een bepaalde groep regelingen die in strijd is met het kartelverbod (art. 6, lid 1, Mededingingswet en art. 81, lid 1, EG (thans art. 101 VWEU) van dit verbod vrij te stellen. Indien de regelingen voldoen aan de criteria die de groepsvrijstelling stelt, wordt het kartelverbod door de groepsvrijstelling buiten toepassing verklaard.

Naast de Europese groepsvrijstellingen kent Nederland ook een aantal nationale groepsvrijstellingen. De Europese groepsvrijstellingen gelden ook in Nederland. Dit wordt bevestigd door de artikelen 12 en 13 van de Mededingingswet.

Naast groepsvrijstellingen voor art 101 VwEU, gelden er ook allerlei richtsnoeren op het gebied van concentraties. Bijvoorbeeld voor horizontale en niet-horizontale concentraties, remedies, jurisdictionele vraagstukken etc. Op het gebied van art 102 heeft de Europese Commissie ook een belangrijk guidance paper gepubliceerd.

Op dit moment gelden de volgende Europese groepsvrijstellingen en richtsnoeren:

Verticale overeenkomsten
Horizontale samenwerkingsovereenkomsten
Industriële eigendom en mededingingsrecht

De beide Verordeningen 1217/2010 en 1218/2010 zijn op 1 januari 2011 in werking getreden voor een periode van 12 jaar. Er geldt een overgangsperiode van twee jaar, gedurende welke de vorige Verordeningen (2658/2000 en 2659/2000) van toepassing blijven op alle overeenkomsten die aan de voorwaarden van die Verordeningen voldoen maar niet onder de nieuwe Verordeningen vallen.

Verzekeringssector
Vervoerssector
 
 
 

Houd uzelf scherp en op de hoogte via onze wekelijkse nieuwsbrief

 
 
nma